Dit hoofdstuk vat het rapport “Calcium and Magnesium in Drinking Water, Public health Significance” van de Wereldgezondheidsorganisatie samen, over het effect van hard water op de volksgezondheid.
Het doel van dit rapport was om uit te zoeken hoe drinkwater bijdraagt aan de totale inname van calcium en magnesium in het dieet en om te beoordelen of dit een belangrijke rol speelt in de gezondheid, vooral in het sterftecijfer door hard- en vaatziekten.
Zie hieronder de conclusies en bevindingen van de deskundigen:
1. Introductie
Zowel calcium als magnesium zijn essentieel voor de gezondheid. Als men één van deze voedingsstoffen niet genoeg binnenkrijgt kan dit de gezondheid schaden.
Voedsel is de voornaamste bron van calcium en magnesium. Zuivelproducten zijn de rijkste bronnen aan calcium in voeding en leveren meer dan 50% van het totale calcium in veel diëten. Sommige plantaardige voedingsmiddelen, waaronder peulvruchten, bladgroenten en broccoli, kunnen ook bijdragen aan calcium in de voeding, maar het gehalte is lager dan in zuivelproducten en de biologische beschikbaarheid van calcium in plantaardige voedingsmiddelen kan laag zijn als het gehalte oxalaat of fytaat hoog is. De voedingsbronnen van magnesium zijn diverser: zuivelproducten, groenten, granen, fruit en noten leveren een belangrijke bijdrage.
Hoewel de concentraties calcium en magnesium in drinkwater behoorlijk variëren van aanbod tot aanbod, kan mineraalrijk water een substantiële bijdrage leveren aan de totale inname van deze voedingsstoffen in sommige populaties.
2. Epidemiologische onderzoeken
Veel studies hebben onderzoek gedaan naar de mogelijke gezondheidseffecten van de hardheid van drinkwater. De meeste hiervan waren epidemiologische onderzoeken en zagen een omgekeerde relatie (oftewel beschermende) tussen de hardheid van water en het aantal sterfgevallen door hart- en vaatziekten.
3. Calcium
Meer dan 99% van het totale calcium in het lichaam bevindt zich in de botten en tanden, waar het fungeert als een belangrijk structureel element. De rest van het calcium functioneert in het metabolisme van het lichaam en dient als signaal voor vitale fysiologische processen, waaronder vaatspasmen, bloedstolling, spiertrekkingen en zenuwtransmissie.

De inname van onvoldoende calcium kan leiden tot een verhoogd risico op botontkalking, nierstenen, darmkanker, een hoge bloeddruk en hartaanvallen, coronaire hartziekten, insulineresistentie en obesitas.
Het grootste deel van deze aandoeningen kunnen worden behandeld maar niet genezen. Vanwege het ontbreken van sterk bewijs van de rol van calcium als enig bijdragend element voor deze ziekten, zijn schattingen van de benodigde calcium gemaakt op basis van de resultaten van de botgezondheid, met het doel de botmineraaldichtheid te optimaliseren.
3.1 Botontkalking
Botontkalking is een ziekte waarbij het skelet kwetsbaar is en wordt gekenmerkt door een lage botmassa en een achteruitgang in microarchitectuur van het botweefsel, met een verhoogd risico op botbreuken als gevolg. Calcium is het grootste bestanddeel van botten en omvat 32% van het gewicht.
Een groot aantal willekeurig gecontroleerde onderzoeken tonen aan dat een verhoogde calciuminname, vooral diegene die gewoonlijk een lage calciuminname hebben gehad, de botmassa tijdens deze verhoogde inname vergroot en het botverlies en het risico op botbreuken in latere levensfasen vermindert.

3.2 Nierstenen
Het verband tussen de calciuminname en het effect van nierstenen hangt af van de vraag of calcium met voedsel of afzonderlijk wordt geconsumeerd. Calcium dat in de lagere dunne darm komt, beschermt in feite tegen nierstenen door oxaalzuur (een voorloper van gewone nierstenen) aan voedsel te binden en vermindert de opname ervan. Calcium dat ingenomen wordt met water, tijdens het eten, zou hetzelfde effect hebben.
Er zijn sterke epidemiologische bewijzen dat calcium uit voedsel het effect van nierstenen vermindert. Daarentegen insinueren de resultaten van een groot willekeurig onderzoek een verhoogd risico op nierstenen in verband met calciumsupplementen, mogelijk omdat calcium niet met voedsel werd ingenomen of omdat de supplementen werden ingenomen waarin de bovengrens van 2500 mg/dag overschreden werd.
3.3 Hoge bloeddruk en beroerte
Een hoge bloeddruk is een risicofactor voor diverse ziekten. Hoewel een hoge bloeddruk verschillende oorzaken kan hebben, wordt de inname van voldoende calcium in een aantal, maar niet in alle onderzoeken, in verband gebracht met een lager risico op een hoge bloeddruk. Er is geen duidelijk mechanisme geïdentificeerd. Zuivelproducten, meer dan calcium, worden in verband gebracht met een verlaagde bloeddruk in willekeurige prospectieve onderzoeken en met een verminderd risico op een beroerte.
3.4 insulineresistentie
Insulineresistentie wordt in verband gebracht met diabetes type 2, waarvan de prevalentie toeneemt met de wereldwijde toename van obesitas. Calcium uit voedsel kan een rol spelen bij de insulineresistentie door schommelingen in de calcium regulerende hormonen in geval van calciumtoediening of een tekort hieraan. Dit is een gebied waar actief onderzoek naar wordt gedaan, dus het is voorbarig om advies te geven over de calciuminname via voedsel op basis van dit klinische resultaat.
4. Magnesium
Magnesium is het vierde meest voorkomende kation in het lichaam en het tweede meest voorkomende kation in intracellulaire vloeistoffen. Het is een cofactor voor zo’n 350 cellulaire enzymen, waarvan veel betrokken zijn bij het energiemetabolisme. Het is ook betrokken bij de synthese van eiwitten en nucleïnezuren en is nodig voor een normale vasculaire tonus en insulinegevoeligheid.
Lage magnesiumspiegels worden in verband gebracht met endotheel disfunctie, verhoogde vasculaire reacties, verhoogde bloedspiegel van C-reactive protein en verminderde insulinegevoeligheid. Het lage magnesiumgehalte is in verband gebracht met een hoge bloeddruk, coronaire hartziekte, diabetes type 2 en het metabool syndroom.
4.1 Hoge bloeddruk
Een magnesiumtekort wordt in verband gebracht met een hoge bloeddruk, waarbij sommige epidemiologische en experimentele onderzoeken een negatief verband aantonen (d.w.z. gunstige) tussen de bloeddruk en de serumspiegels van magnesium.
4.2 Hartritmestoornissen
Er zijn hartritmestoornissen geregistreerd van ventriculaire en atriale oorsprong bij patiënten met lage magnesiumspiegels. In feite worden ernstige hartritmestoornissen, Torsade de Pointes, behandeld met intraveneuze magnesiumbehandeling.
4.3 Coronaire hartziekte
Bij mensen, is er een omgekeerd verband gevonden (beschermend) tussen magnesium en de coronaire hartziekte. Drie onderzoeken hebben een omgekeerd verband vastgelegd tussen het C-reactive protein gehalte (een pro-inflammatoire marker die een risicofactor is voor coronaire hartziekte) en de magnesiuminname of het magnesium serum gehalte, wat erop wijst dat magnesium een ontstekingsremmend effect kan hebben.
4.4 Diabetes mellitus
Diverse onderzoeken hebben het belang van magnesium bij diabetes mellitus type 2 vastgelegd. Twee recente onderzoeken hebben een omgekeerd (beschermend) verband vastgelegd tussen de inname van magnesium en het risico op het ontwikkelen van diabetes mellitus type 2. Orale toediening van magnesiumsupplementen verbetert de insulinegevoeligheid en het beheer van het metabolisme bij diabetes mellitus type 2.
4.5 Maagdarmfunctie
Drinkwater waarin zowel magnesium als sulfaat in hoge concentraties aanwezig zijn, kan een laxerend effect hebben, hoewel gegevens suggereren dat consumenten zich aan deze niveaus aanpassen als de blootstelling aanhoudt. Laxerende effecten worden ook in verband gebracht met overmatig gebruik van magnesium in de vorm van supplementen, maar niet met magnesium in het voedsel.